IAEA en Iran: Voortgaande Politisering

Het laatste IAEA-rapport over Iran werd internationaal gehypet als alarmerend. Deze keer zou het Atoomagentschap geloofwaardig hebben aangetoond dat de dreiging die door het Westen wordt toegekend aan het nucleaire potentieel van Iran realistisch is. Wie de moeite neemt het rapport te lezen en door alle technische details heen te worstelen, ziet dat de bevindingen van het IAEA de recente ophef over het rapport niet rechtvaardigen. Het IAEA geeft opnieuw geen overtuigende feiten of argumenten die de productie van kernwapens in Iran aantonen.

Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad tijdens een bezoek in 2008 aan de verrijkingsfabriek in Natanz, onderdeel van Irans nucleaire programma ©AP

Iraanse president Mahmoud Ahmadinejad tijdens een bezoek in 2008 aan de verrijkingsfabriek in Natanz, onderdeel van Irans nucleaire programma ©AP

In het recente kwartaalrapport over de proliferatie van kernwapens in Iran (08-11-2011), beweert het Internationaal Atoomenergie Agentschap (IAEA) van de VN dat er nu sterke aanwijzingen zijn dat Iran activiteiten verricht ten behoeve van een kernwapen. Het IAEA spreekt ‘ernstige bezorgdheid’ uit over de ‘mogelijke militaire dimensies’ van Irans nucleaire programma. Iran zou onder meer computermodellen van een kernkop hebben ontwikkeld en testapparatuur hebben die voor een kernwapen kan worden gebruikt. In de afgelopen jaren zou Iran ook bijzonder zorgwekkend onderzoek hebben gedaan in verband met mogelijke militaire toepassingen van het bestaande nucleaire programma. Volgens het IAEA is de toepassing van zulk onderzoek anders dan voor een nucleair explosief onduidelijk. Waar dergelijke activiteiten eerder deel uitmaakten van een gestructureerd programma in Iran tot eind 2003 – dat toen werd stopgezet – zouden sommige ervan tot op heden voortgezet worden.

Na een tweedaags besloten conclaaf nam het 35 leden tellende Bestuur van het IAEA een resolutie aan (18-11-2011) die de zaak echter niet naar de VN-Veiligheidsraad verwijst. Het Agentschap stelt Iran evenmin een ultimatum voor medewerking. De alom verwachte hardere VN-sancties tegen Iran zullen er evenmin komen – mogelijk als resultaat van onderhandelingen met China en Rusland. Dit is opmerkelijk, aangezien onder andere de Franse minister van Buitenlandse Zaken, Alain Juppé, anticipeerde op het IAEA-rapport door te spreken over ‘ongekende sancties’ tegen Iran. In plaats daarvan spreekt de IAEA-resolutie ‘diepe en toenemende bezorgdheid’ uit over de nucleaire ontwikkelingen in Iran. Wel zal het Atoomagentschap een nieuwe missie op hoog niveau sturen naar Iran om opheldering te krijgen over mogelijke militaire toepassingen van het nucleaire programma.

Nucleaire reactor in Buhsehr, Iran ©AP

Nucleaire reactor in Buhsehr, Iran ©AP

Rond het verschijnen van het IAEA-rapport suggereerden de internationale media dat Israël het rapport kan gebruiken ter rechtvaardiging van een militaire aanval op kerninstallaties in Iran. Israël zelf liet weten dat alleen zware sancties tegen Iran een preventieve aanval kunnen voorkomen. De kans op een aanval door Israël lijkt vooralsnog niettemin gering – wegens een terughoudende positie van president Obama, maar ook vanwege de onafzienbare consequenties ervan voor conflict in het Midden-Oosten en de internationale veiligheid.

Na publicatie van het laatste IAEA-rapport was er kritiek op de aard en toon van de rapporten over Iran sinds het aantreden van Yukiya Amano als hoofd van het Atoomagentschap (sinds 1-12-2009). Anders dan onder de gematigde Mohamed ElBaradei zou Amano het IAEA politiseren. Wat daarbij veelal vergeten wordt is dat de onafhankelijke positie van het IAEA al langer omstreden is. Geen van de wapeninspecties in Iraq, in de tijd dat Hans Blix het hoofd van het IEAE was, leverden bewijs van het bezit of gebruik van massavernietigingswapens. Vanuit een politiek oogpunt bleek dit destijds echter niet relevant. De herhaalde vermoedens van een nucleaire militaire capaciteit van Iraq waren een voldoende beslissend motief om de oorlog tegen Iraq in 2003 in te zetten met een invasie.

Het Iraanse regime heeft altijd volgehouden dat het nucleaire programma slechts voor civiele en vreedzame doeleinden bestemd is, onder meer voor energievoorziening en medische behandelmethodes. Wat de militaire aspecten betreft zou het land zich houden aan het Nucleaire Non-proliferatie Verdrag dat het getekend heeft, en geen kernwapens ontwikkelen. Het omstreden politieke klimaat in Iran, de anti-Westerse kritiek van president Mahmoud Ahmadinejad en vooral ook zijn retoriek tegen Israël, hebben de internationale positie van Iran echter toenemend onder druk gezet.

Iran heeft nog altijd niet afdoende kunnen verhelderen aan het Atoomagentschap, de Veiligheidsraad en de bredere internationale gemeenschap dat de nucleaire ambities louter vreedzaam zijn. Vandaar dat de resolutie van het Bestuur van het IAEA opnieuw de nadruk legt op diplomatieke oplossingen, transparantie, en de noodzakelijke samenwerking tussen Iran en het Agentschap. Zolang die samenwerking er niet of te beperkt is, zo luidt het argument, zal het Agentschap de wereld geen geloofwaardige garanties kunnen bieden dat de nucleaire activiteiten in Iran louter vreedzame en civiele doelen dienen (zie Resolution GOV/2011/69-g).

Referenties:
1. IAEA, Report by the Director General (2011) ‘Implementation of the NPT Safeguards Agreement and Relevant Provisions of Security Council Resolutions in the Islamic Republic of Iran,’ GOV/2011/65, 8 November 2011.
2. IAEA, Director General Yukiya Amano (2011) ‘Introductory Statement to the Board of Governors,’ 17 November 2011, Vienna, Austria.
3. IAEA, Resolution adopted by the Board of Governors (2011) ‘Implementation of the NPT Safeguards Agreement and Relevant Provisions of United Nations Security Council Resolutions in the Islamic Republic of Iran,’ GOV/2011/69, 18 November 2011.

-Berma Klein Goldewijk
Pugwash Nederland nieuwsbrief november 2011

Laat een bericht achter